Zeeuws






printbare PDF-versie

Het Zeeuws is een Friso-Frankische streektaal. Samen met het West- en Frans-Vlaams vormt zij een apart cluster zuidwest-Nederlandse dialecten. Jacob van Maerlant onderscheidde al een aantal zelfstandige 'Dietse' (streek-)talen en het Zeeuws is er daar, zo blijkt onder meer uit de proloog van zijn Sinte Fransiscus Leven, één van:

Men moet om de rime te souken
Misselike tonghe in bouken:
Duuts, Diets, Brabants, Vlaemsch, Zeeus;
Walsch, Latijn, Griex ende Hebreeus

(Misselike tonghe = verschillende talen)

Zeeuws werd toen dus gespeld als 'Zee(u)s(ch)' en was als begrip gangbaar ter aanduiding van de taal van de Vlaamse kust. Daar verstond men tot ongeveer begin vijftiende eeuw het hele eilandrijke kustgebied van Oostvoorne tot voorbij Duinkerke onder.
Tegenwoordig, nu streektalen en minderheidstalen volop in de belangstelling staan, zijn steeds meer mensen van mening, dat het Zeeuws, net als het Nedersaksisch en het Limburgs, als zelfstandige streektaal erkend zou moeten worden. Het Europees Handvest voor Streek- of Minderheidstalen biedt daar meer dan voldoende mogelijkheden voor. Op provinciaal niveau wordt daarover sinds kort overleg gevoerd. De vraag die daarbij vanzelfsprekend rijst, is of die erkenning ook voor het Frans- en West-Vlaams zou moeten gaan gelden. België en Frankrijk hebben het genoemde handvest echter niet ondertekend, al zou Frankrijk op het punt staan dat nu wel te doen. Er is overleg tussen Zeeland en Frans-Vlaanderen.

Regiolecten en kenmerken
Het Zeeuws is onder te verdelen in een aantal dialectgroepen of regiolecten: Svores (Oostvoorne en omgeving), Goereês, Flakkees, Fluplands (St. Philipslands), Thools, Schouws, Duvelands, Noord-Bevelands, Zuud-Bevelands, Walchers, West-Zeêuws-Vlaoms (of Cezands) en Land-van-Axels. Daarnaast is het Zeeuws sterk verwant aan het West Vlaams.
De dialecten van het Land van Hulst, het oostelijkste deel van Zeeuws Vlaanderen, en een aantal Zeeuws-Vlaamse grensdorpjes zijn geen Zeeuwse, maar Oost-Vlaamse (dus Frankische) dialecten.
Binnen de diverse regiolecten hebben de meeste plaatsen een eigen dialect. Maar steeds meer van die plaatselijke dialecten vervlakken. Meestal zijn alleen de dialecten van 'gesloten' gemeenschappen nog duidelijk van de dialecten van omringende plaatsen te onderscheiden (Ouddorp, Bruinisse, Yerseke, Arnemuiden, Westkapelle, Eede). Aan sprekers is nog wel steeds duidelijk te horen uit welke streek ze komen en kan binnen grotere streken als Flakkee, Zuid-Beveland en Schouwen bestaan regionale verschillen. Die verschillen zijn bijna altijd oost-west georiënteerd.
Een aparte plaats binnen het Zeeuws wordt ingenomen door het burger-Zeeuws van Middelburg en Vlissingen (en tegenwoordig ook Oost- en West-Souburg), dat bijzonder sterk verschilt van die van het omringende Walcherse plattelandsdialect. De dialecten van andere steden en stadjes als Zierikzee, Goes, Veere, Tholen, Oostburg, Axel en Terneuzen wijken veel minder van de omringende plattelandsdialecten af.
De genoemde regiolecten laten naar het zuiden toe steeds meer Vlaamse kenmerken zien. Is op Schouwen een zomer in Zeeland nog gewoon een 'zomer in Zeêland', vanaf Walcheren en Zuid-Beveland wordt dat een 'zeumer'. En op het qua vocabulair iets noordelijkere Zuid-Beveland eet men 'aerebemezen' of 'aerebezems', op Walcheren zijn dat 'frinzen' of 'frenzen' (van het Franse 'fraises').
Het dialect van midden en westelijk Zeeuws-Vlaanderen lijken sterk op het West-Vlaams van 'sjuust over de grenze'. Enige opmerkelijke verschil is het ontbreken van de oe-uitspraak van de Nederlandse ou in Zeeuws-Vlaanderen. En de woordenschat van Zeeuws-Vlaanderen is veel meer dan die van het West-Vlaams door het Nederlands aangetast.

Aantal sprekers
Uit een drietal regionale onderzoeken (Evenhuis 1995; Riemens 1995; Menheere 1988) is af te leiden dat in heel Zeeland waarschijnlijk nog voor ruim 60% van de Zeeuwse bevolking Zeeuws de eerste en belangrijkste taal is. Van de overige 40% heeft zeker de helft enige passieve of actieve kennis van de taal. Goeree, Schouwen en Duiveland, het uiterste westen en oosten van Zuid-Beveland, de westpunt van Walcheren en West-Zeeuws-Vlaanderen kennen de hoogste percentages dialectsprekers. Positieve uitschieters zijn dorpen als Bruinisse, Arnemuiden en Westkapelle (met zelfs meer dan 90% Zeeuwstaligen onder de jongeren) en de meeste West-Zeeuws-Vlaamse dorpen (met name Hoofdplaat, Breskens en Schoondijke).
In West-Vlaanderen spreekt bijna 90% van de gehele bevolking nog (bij voorkeur) West-Vlaams (ruim 1 miljoen sprekers). In Frans-Vlaanderen wordt de streektaal alleen door de alleroudsten (soms meer dan 80%) en vijftig-plussers (ca. 10-50% sprekers, afhankelijk van de plaats) nog gesproken (totaal nog slechts zo'n 20.000 sprekers).
Er is in Frans-Vlaanderen echter een opmerkelijk grote belangstelling voor cursussen in de streektaal. De verwachting is dan ook, dat het Frans-Vlaams nooit helemaal zal uitsterven, maar hoe langer hoe meer voorbehouden zal zijn aan een relatief kleine groep zeer taalbewuste tweetaligen.
Het totaal aantal sprekers van Zeeuws/West-Vlaams/Frans-Vlaams ligt, inclusief de sprekers in een aantal enclaves in vooral Noord- en Zuid-Amerika (Michigan, Detroit, Brazilië) op ruim 1,5 miljoen.

Activiteiten
De meeste actieve belangstelling voor de taal vind je (na Frans-Vlaanderen) in de Zak van Zuid-Beveland, waar tal van schrijvers, dichters, vertellers, toneelgroepen en muzikanten vandaan komen. Vooral 's-Heerenhoek is wat dat betreft een echte 'brandhaard'.
Op Walcheren wonen de meeste 'stille' genieters: vertelavonden worden er buitengewoon druk bezocht en er worden relatief zeer veel publicaties in en over het dialect gekocht. Walcheren telt echter maar weinig schrijvers en vertellers en al helemaal geen streektaalmuzikanten.
Vooral in westelijk Zeeuws-Vlaanderen is de belangstelling voor het Zeeuws nog niet groot, waarschijnlijk omdat de taal daar nog wel het minst bedreigd wordt. Het aangrenzende West-Vlaanderen laat datzelfde beeld nog veel sterker zien.

"Infrastructuur"
De 'infrastructuur' van het Zeeuws is, in vergelijking met andere streken, nog zeer beperkt. Het Zeeuws kent een uitvoerig woordenboek Zeeuws-Nederlands, maar een (zak-)woordenboek Nederlands-Zeeuws ontbreekt bijvoorbeeld. Er zijn maar weinig bijbelgedeeltes in het Zeeuws vertaald, er is nog geen algemeen geaccepteerd spelsysteem, er zijn geen cursussen of lesprogramma's in of over het Zeeuws beschikbaar, er wordt door de regionale media nog maar mondjesmaat aandacht aan de taal besteed, er is nog maar één Zeeuwstalig tijdschrift (Noe), er is geen Zeeuwse streektaalfunctionaris en er verschijnt maar weinig serieuze literatuur in en over de taal.
De enige instanties die zich actief inzetten voor het behoud en de popularisering van de streektaal zijn Stichting Zuudwest 7 (uitgeefster van ’t tiedschrift Noe, de Stichting School en Dialect en sinds kort de Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek (vanouds een, zoals de naam al zegt, vooral op dialectologisch onderzoek gerichte, wat vergrijste vereniging, die momenteel echter hard haar best doet een nieuw weg in te slaan).
In West-Vlaanderen is de situatie nog 'dramatischer', terwijl de kansen voor de taal er veel groter zijn dan in Zeeland. Het afgelopen jaar lijkt echter een voorzichtige kentering te hebben plaatsgevonden, met veel landelijke media-aandacht voor het West-Vlaams, onder andere dankzij de ongekende populariteit van de West-Vlaamse hip-hopband 't Hof van Commerce. In Frans-Vlaanderen loopt men bij tal van initiatieven nog tegen een onwillende, centralistische overheid aan. Toch neemt daar het aantal cursisten in de vrije cursussen Nederlands (in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden vooral 'Vlaemsch'-georiënteerd) steeds verder toe en verschijnen er steeds meer Frans-Vlaamse opschriften in het straatbeeld.

Colofon
Deze inleiding is geschreven door Marco Evenhuis
zie ook zijn website over het Zeeuws (aanrader!)

printbare PDF-versie





 
Google
 
Web Deze website