Lezing over de toekomst van het Twents

door Bert Groothengel (streektaalconsulent Van Deinse Instituut te Enschede), ©2004





Als je niet tweetalig opvoedt, doe je je kinderen tekort

Uit recent onderzoek blijkt dat 76,2% van de inwoners van Twente de Twentse taal beheersen. Maar ... het gebruik thuis ligt lager, op 61,6%. De Twentse taal heeft alleen toekomst als die taal wordt doorgegeven aan de kinderen. En hoe doe je dat? Heel eenvoudig: thuis, naast Nederlands, Twents spreken ook met de kinderen. Ouders die dit nalaten doen hun kinderen tekort. Zij ontnemen die kinderen iets extra’s: namelijk in verschillende situaties te kunnen kiezen uit verschillende talen.

Wordt er over 50 jaar nog Twents gesproken?

Ik moet u bekennen, dat de cijfers voor Twente (en tot die eigen regio wil ik mij verder beperken) mij niet tegenvielen. Als ik om mij heen mensen hoor spreken dan hoor ik veel Nederlands (of wat daar voor door moet gaan). Kinderen hoor je onder elkaar nauwelijks nog Twents spreken. Een grote zorg voor de toekomst? Ja en nee. Ja, omdat het niet - beheersen van de streektaal bij kinderen het ergste doet vrezen voor de toekomst. Nee, omdat al vanaf 1834 wordt voorspeld dat de streektaal zal verdwijnen. Blijkbaar pikt een groot aantal kinderen op latere leeftijd die streektaal toch weer op. Waarom spreken Twentstaligen thuis die streektaal niet? In het onderzoek is daar niet naar gevraagd. Een duidelijk antwoord zou waarschijnlijk niet zijn verkregen. Hieronder wil ik proberen drie mogelijke oorzaken aan te wijzen en commentaar te geven op die oorzaken:

1. Twents spreken? Onmeunig slecht voor de opvoeding!
Bij heel veel ouders bestaat nog steeds het idee, dat het schadelijk is voor de taalontwikkeling van de kinderen om met hen Twents te spreken. Van oudere mensen hoor je nog al eens dat zij er last van hadden dat zij geen Nederlands kenden. Zij spreken dan over de situatie van de jaren 30 of daarvoor. In die tijd kwam men op geen enkele manier in contact met de Nederlandse taal tot het moment dat men naar school ging. Een situatie die dus niet te vergelijken is met de dag van vandaag. Taaldeskundigen propageren een tweetalige opvoeding: naast Nederlands de streektaal. Tweetaligheid als eerste taal, want wat blijkt: door kinderen van jongs af aan groot te brengen in twee talen ontwikkelt het kind een gevoel voor taal waardoor het voor dat kind gemakkelijker wordt om later een derde, vierde of zelfs vijfde taal aan te leren. Kleine kinderen hebben een aangeboren talent om taalsystemen van elkaar te scheiden. Enige stof tot nadenken: in de afgelopen 20 – 30 jaar is het aantal dialectsprekers gedaald. Als het spreken van een streektaal slecht is voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal dan zouden zowel mondelinge als schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid onder de huidige jongeren beter moeten zijn dan 20-30 jaar geleden (en vraagt u eens na aan de eerste de beste docent of dit inderdaad het geval is). In juni 2000 hebben 150 (Nederlandse) taalsociologen een manifest ondertekend waarin gepleit wordt voor opvoeding in de streektaal naast het Algemeen Nederlands. Perfect Twents naast perfect Nederlands! Geen lelijke mengvorm. Ik geef toe: een accent (de uitspraak van a – o – e) zullen kinderen er altijd aan overhouden. Maar dat accent krijgen of houden ze toch, of u als ouder uw kind in het Algemeen Nederlands of in beide talen opvoedt. De enige oplossing om van het Twentse accent af te komen is verhuizen naar een ander deel van Nederland. Waarom wordt een Hollands accent (een koula, de Gooise errrrr) wel geaccepteerd?

2. Twents spreken? De geest is wel gewillig, maar ...
“Woar maak iej oe toch drok oaver”. Kinderen leren het Twents wel op straat, denken veel ouders. Ten dele zal deze redenering wel waar zijn, maar zo geredeneerd is het ook niet nodig om met kinderen Nederlands te spreken (leren ze wel op school) of om ze normen en waarden bij te brengen (leren ze ook wel op straat en op school). Waarom zou je je nog überhaupt druk maken om de opvoeding? Taal is een onderdeel van de opvoeding. Bij die opvoeding hoort ook het doorgeven van het culturele erfgoed, waaronder de taal van de streek. Zeker, de Twentenaar is van goede wil. Hij zal het “eeuwig zonde” vinden als de streektaal zou verdwijnen. Op de vraag “Beschouwt u zich als iemand die het onverschillig laat wat er met het Twents gebeurt” antwoordde in mijn woonplaats Borne 91% “nee” (bron: Om de taal van Twente, F.G.H. Löwik). In oktober 2002 hield ik in de gemeente Hof van Twente een “wearkskop” over Twents in het basisonderwijs. Eén van de stellingen waarop leerkrachten konden reageren was: “Ik heb geen boodschap aan de taal en cultuur van Twente.” Niemand van de aanwezige leerkrachten was het met deze stelling eens. Maar Twents in het basisonderwijs …..? “Freze toostanden en … wiej hebt ’t al zo drok.”

3. Twents spreken? Dat achterlijke boerentaaltje!
Er wordt tegenwoordig meer geschreven in het Twents dan vroeger. Op zich heel positief, maar goede Twentstalige schrijvers zijn op één hand te tellen. De meeste bundels die verschijnen zijn afkomstig van welwillende “zondagsdichters”. De gedichten, verhalen, enz. gaan meestal over het boerenleven van vroeger, de knipmussen en de rooie zakdeuke. De bundel wordt vaak ook nog omringd door tekeningen van oude boerenerven die je al lang niet meer tegenkomt of in klederdracht gehulde “meuien”. Welke jongere van onder de tachtig wil zich nog identificeren met dit “genöal” uit het jaar nul? Ook de revues zijn vaak nog doordrenkt van het “boerenleven.” En dat in een tijd dat Twente al lang geen agrarische samenleving meer is. In de sketches treden vaak boeren op die de hoorn van de telefoon nog verkeerd om opnemen en moeilijke woorden amper kunnen uitspreken. En Adam sleug Eva met de sukerbiete veur de kont. Wat een lol! Positief: de Twentse taal is voertaal. Negatief: het verlaagt de status van de taal, het degradeert de taal tot een soort van geintaal die je alleen gebruikt tijdens bruiloften en carnaval. Overigens zijn er de laatste tijd veranderingen te bespeuren. Wie durft er een toneelstuk van niveau in het Twents op te voeren?

Het is al vijf voor twaalf geweest

Het is al te laat om langs de zijlijn te staan en te constateren dat het gebruik van de streektaal minder wordt (kwantitatief en kwalitatief). Het streven naar behoud van de streektaal zou ik willen aangeven met de volgende trefwoorden: identiteit, bewustwording, status, wilskracht en lef.

Het “vertwentsen” van Twente

Als je na een buitenlandvakantie ons land binnenrijdt dan ontmoet je als het ware Nederland. Er wordt je “Welkom” geheten, de driekleur wappert en op een plaatje staat een agent afgebeeld, met de vinger omhoog geheven, die aangeeft hoe hard (of langzaam) je mag rijden. Wij zijn weer thuis. Ook een buitenlander zal direct merken dat hij in Nederland is. Iets vergelijkbaars heb je niet als je Twente binnenrijdt. Je wordt “Welkom” geheten, de driekleur wappert en op een plaatje ….. Het kan net zo goed de Achterhoek of Drente zijn. Op zich is dat geen ramp, maar het geeft wel een gebrek aan identiteit weer. Wij zijn als Twentenaren niet trots op Twente en ook niet trots op onze taal. Misschien heeft dat te maken met onze aard. Ergens trots op zijn is geen schande en als je daar goed mee om gaat ook helemaal niet eng. De media kunnen een belangrijke rol spelen als het gaat om identiteit.
In een ver verleden hebben mensen gestreefd naar een regionale omroep die de cultuur en talen van Overijssel uit zou kunnen dragen. De omroep is er gekomen. De huidige streektaalorganisaties zijn gebaat bij een platform waarop zij hun boodschap van het belang van de streektaal kunnen uitdragen. Niet incidenteel zoals dat nu gebeurt via krant en RTV Oost, maar structureel. Inwoners van Twente moeten dagelijks geconfronteerd worden met de streektaal via de diverse media. Ik denk hierbij aan artikelen, beschouwingen of verhalen en het gebruik van de streektaal tijdens radio en TV interviews. Wij kunnen het normaal gaan vinden dat geïnterviewden antwoorden in hun eigen taal. Te vaak hoor ik van oorsprong Hollandse interviewers vragen stellen aan Twentenaren die zich in allerlei bochten wringen om die vragen in een zo “keurig netjes mogelijk” Nederlands te beantwoorden. Ik heb niets tegen die Hollandse interviewer, maar wel tegen de lelijke mengvorm van Nederlands en Twents die de geïnterviewde bezigt (en nou istal zeuv’ntwintig jááár gelééd’n da-k die fiets ben kwijtgerááákt). Die mengvorm klinkt ontzettend dom, en dat is slecht voor het imago van de streektaal. Maak mensen bewust van het feit dat antwoorden in het Twents niet slechter is dan antwoorden in het Nederlands. De streektaalorganisaties, Kreenk vuur de Twentse Sproak en het Van Deinse Instituut, zullen een krachtige campagne moeten voeren voor het gebruik van de streektaal. Een incidenteel succesje is niet verkeerd, maar zet niet echt zoden aan de dijk. Het al te vrijblijvende moet er maar eens af: een krachtige en meer assertieve opstelling tegenover de Hollandse expansie is noodzakelijk. Twents is niet minder dan Nederlands, Fries of Hollands! Wat die opstelling betreft kunnen wij een voorbeeld nemen aan de Friezen. Al haast ik mij meteen te zeggen dat een verplichting van bovenaf niet de juiste weg is. In het Friesland van vandaag is de situatie aangaande de streektaal niet veel beter dan bij ons, ondanks de miljoenen(geld)stroom uit Den Haag. De kern is om (groot)ouders te overtuigen van het belang van de streektaal. De streektaal moet uit het “verdomhoekje” worden gehaald; m.a.w. emancipatie van de streektaal t.o.v. de standaardtaal. Emancipatie kan bereikt worden door statusverhoging.

Ook de overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen

Overheden en onderwijs kunnen een belangrijke functie vervullen als het gaat om statusverhoging van de streektaal. Richting overheden: geef duidelijk aan wat je wilt; de streektaal koesteren of je actief inzetten voor het behoud van de taal. Kiest men voor het eerste dan is een voorwoordje in het Twents in de gemeentegids voldoende. Als de provincie en gemeenten zich echt actief willen inzetten voor het behoud van de taal dan zal men meer moeten doen. Raadsvergaderingen in het Twents bijvoorbeeld. Vergaderen in het Twents heeft een enorme symbolische functie; het haalt het Twents uit de eerder genoemde “boerengein- en carnavaleske leutsfeer”. De notabelen laten zien en horen, dat ook zij de streektaal machtig zijn. Mensen die een voorbeeldfunctie in de maatschappij vervullen kunnen op deze manier het Twents promoten. In Twente zijn er een tweetal gemeenten, Rijssen-Holten en Losser, die eens per jaar het Twents in raadsvergaderingen gebruiken, chapeau! Inmiddels heb ik een aantal van die vergaderingen bij mogen wonen. Wat mij opvalt, en raadsleden bevestigen dat, is dat de sfeer gemoedelijker is. Men wordt gedwongen “de taal des volks” te gebruiken. Dit dé-sacraliseert en voorkomt wollig taalgebruik. Naast vergaderingen in de streektaal kunnen provincie en lokale overheden onder de Nederlandse plaatsnaamborden Twentstalige plaatsnaamborden hangen. Ten eerste versterkt dit de identiteit van het “Twent-zijn” en daarnaast is het een goede promotie van de streektaal. Streek-, straat- en veldnamen kunnen in het Twents worden benoemd. Plaats bij de invalswegen een bord “Twente” ten teken dat men de regio Twente binnenkomt en dat men hier van harte welkom is (Komt d’r in!) en vervang het bord “Tot ziens” door “Goodgoan”. Overheden kunnen hun ambtenaren stimuleren om daar waar dit kan de streektaal te gebruiken tegenover de burgers. Dat burgers in hun eigen taal in het gemeentehuis terechtkunnen kan worden aangegeven door de reeds bestaande sticker “Twents – Nederlands”. Wie durft?

Onderwijs kan een belangrijke rol spelen bij behoud van de streektaal

In het onderwijs zijn wij tot nu toe afhankelijk van de goedwillende leerkracht die aandacht besteed aan de streektaal. Deze initiatieven zijn toe te juichen en het aantal mag zeker niet onderschat worden. Ik hoop, dat het basisonderwijs zal onderkennen dat het een taak heeft als het gaat om aandacht voor de streektaal. Het Van Deinse Instituut is momenteel bezig met het ontwikkelen van een lessenserie voor het basisonderwijs. Deze lessenserie wil leerlingen geen Twents aanleren, maar louter aandacht geven aan de streektaal. Kinderen komen met een Twents liedje of verhaaltje thuis zodat ook daar aandacht besteed wordt aan de taal. De serie wordt zodanig samengesteld, dat het de leerkracht geen of nauwelijks extra tijd kost. Immers als je per jaar tien Nederlandstalige liedjes aanleert kun je in dezelfde tijd ook acht Nederlandstalige en twee Twentstalige liedjes aanleren en een verhaaltje kan ook een keer in het Twents worden gelezen. Scholen zullen een keuze moeten maken: wij hebben een boodschap aan de taal van Twente of niet. In het laatste geval kan men de Twentse taal volledig negeren. Overheden kunnen scholen stimuleren om aandacht te schenken aan de streektaal. Een verplichting van bovenaf, is in Friesland gebleken, roept alleen maar weerstand op. Het ideaalbeeld is dat ouders vragen om aandacht voor het Twents. Gezien de passieve houding voor de streektaal van de Twentenaar tot nu toe moeten wij hier maar niet op wachten. Een actieve lobby bij overheden en onderwijs is onontbeerlijk. Bestuur, ambtenaren en onderwijs overtuigen van de noodzaak van aandacht voor de taal.

Als je niet tweetalig opvoedt, doe je je kinderen tekort

Uiteraard zijn er in onze wereld veel belangrijker zaken waar aandacht aan geschonken moet worden: honger in Afrika, oorlog in Irak, terrorisme, zinloos geweld, enz. En je gaat er niet dood aan als je geen Twents spreekt. Ons relativerend vermogen is groot, maar (groot)ouders besef dat de taal van uw streek wel verloren gaat als u deze niet doorgeeft aan uw (klein)kinderen. U onthoudt uw kinderen een taal waarin zij zich uitstekend kunnen uitdrukken, vaak ook nog veel mooier dan in het Nederlands. Er zijn momenteel veel twintigers en dertigers die het hun ouders kwalijk nemen dat hen de Twentse taal van jongs af aan niet is aangeleerd. Jammer, toch? En loat wiej mekaar liek in ’n snoeten kieken: U, Twentenaar, bepaalt uiteindelijk of de Twentse taal behouden blijft. Heel simpel: door gewoon Twents te spreken. Thuis, op straat, in de winkel, met uw vrienden, met uw kinderen. Zo simpel is het. Wilt u het ook?

Bert Groothengel, streektaalconsulent Van Deinse Instituut te Enschede





 
Google
 
Web Deze website