De indeling van de Nederlandse streektalen
Volgens C. en G. Hoppenbrouwers

Globale indeling van de dialecten en streektalen
(naar: Hoppenbrouwers, 2001)

Berekende afstand van 156 verschillende dialecten tot het Algemeen Nederlands.
De donkere gebieden hebben de meest van het Nederlands afwijkende streektaal.
(naar: Hoppenbrouwers, 2001)

Tabel waarin de samenhang tussen de verschillende streektalen
duidelijk zichtbaar wordt
(naar: Hoppenbrouwers, 2001)

Berekening van talige afstand d.m.v. de featurefrequentiemethode (FFM)
Dialectologen C. en G. Hoppenbrouwers, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, presenteerden eind jaren tachtig een alternatief om de linguïstische afstand tussen taalvarianten te onderscheiden. Deze maat is gebaseerd op de frequentie waarmee in verschillende dialecten gebruik wordt gemaakt van fonologische features. Het gaat om de featurefrequentiemethode (FFM)
Het computerprogramma voor de FFM berekent voor een willekeurig aantal dialecten de relatieve frequentie van de fonologische kenmerken. Als invoer dienen teksten in fonetisch schrift, één voor ieder te onderzoeken dialect, en een matrix met featurespecificaties van alle gebruikte fonetische tekens. De gevonden waarden kunnen worden weergegeven in de vorm van een FF-histogram met staven voor iedere feature. De hoogte van iedere staaf is daarbij evenredig aan de relatieve frequentie van het corresponderende kenmerk.
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit de Reeks Nederlandsche Dialectatlassen (RND). De RND bevat gegevens uit bijna tweeduizend plaatsen in Nederland en Vlaanderen, waaruit –op geografische spreiding- 156 plaatsen zijn geselecteerd. De toetsing van die 156 dialecten aan het Algemeen Nederlands gaf bovenstaand beeld.

Op de kaart is de ordening naar overeenkomst met het Algemeen Nederlands (AN) in beeld gebracht. Geheel in overeenstemming met de geijkte opvatting blijkt het dialect van Haarlem bijzonder hoog met het AN te correleren. Enkel in het polderdorp Dronten spreekt men ‘zuiverder’ Nederlands. De kopgroep bestaat verder uit de Zuid-Hollandse dialecten van Bodegraven (3) en Barendrecht (4), gevolgd door het Westfriese dialect van Heerhugowaard (5). In een boog die de Hollandse dialecten, vinden we vervolgens Enkhuizen (6), het Utrechtse Houten (7), het Westbrabantse Sprundel (8) en het Zeeuws-Vlaamse Hulst (9).
Het is interessant om de rangorde van de dialecten op bovenstaande kaart te vergelijken met de uitkomsten van het onderzoek van Van Hout & Münstermann (1981 en 1982). In hun onderzoek wordt de notie linguïstische afstand vastgesteld middels een proefopzet waarbij vooraf geëvalueerde dialectopnamen werden afgespeeld. Proefpersonen moesten op een zevenpuntsschaal aangeven in welke mate de gereproduceerde fragmenten afweken van het AN (1 is ‘zo dicht mogelijk bij’ en 7 is ‘zo ver mogelijk verwijderd van het AN’). Het uitkomst van dat onderzoekje:

Linguïstische afstand naar Van Hout & Münstermann:
1. Utrechts
2. Amsterdams
3. Oostbrabants
4. Twents
Gronings
6. Limburgs

De relatieve ordening van de dialecten blijkt in beide bovenstaande benaderingen mooi te corresponderen. Het enige opvallende verschil is de samenval van het Gronings en het Twents in de benadering van Van Hout & Münstermann, terwijl de FFM hier wel degelijk verschillen laat zien.