Nedersaksisch

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 04-08-2001

‘Tweetaligheid Nederlands-Twents is enorm belangrijk voor kinderen’


BORNERBROEK - Hij wil het wel van de daken schreeuwen, want het kunnen spreken van dialect is van essentiële betekenis. Maar zo’n schreeuwerd is Gerrit Kraa niet. De schrijver/dichter, verbonden aan het Van Deinse Instituut in Enschede, houdt meer van hard werken en mooie bruikbare producten maken waar de liefde voor het Twents van afspat. Een van die producten is een lessenserie Jewilmke, speciaal voor kinderen in de basisschoolgroepen 7 en 8. 

Ze zijn speciaal op de plaatselijke situatie toegesneden. Na Hellendoorn, Nijverdal en Glanerbrug kan binnenkort de aflevering voor Noord-West Twente gepresenteerd worden. Rond oktober komt de versie voor Vroomshoop. Velen zullen de bebaarde Bornerbroeker Gerrit Kraa - geboren en getogen in Rijssen, en lange tijd woonachtig geweest in Enter - kennen van de mooie Twentse verhalen en gedichten. Maar de onderwijsman doet veel meer. Sinds een jaar of drie beijvert hij zich met een aantal anderen om de Twentse taal aan de man te brengen via een lesmethode. Wat in 1999 begon als een eenvoudig initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een vurig pleidooi in woord en daad om het Twents op de scholen in het lessenpakket te krijgen. 

Uiteraard vrijwillig, want volgens Kraa is het opleggen van bovenaf het slechtste wat je kunt doen. Hij wil het onderwijsveld overtuigen van het nut van de lessen in het Twents. Zijn de scholen eenmaal zover en schaffen ze het lespakket aan, dan is er al snel sprake van enthousiasme, zoals tientallen scholen in Nijverdal/Hellendoorn en andere plaatsen inmiddels bewijzen. 

De basis van het lespakket is steeds een verhaaltje over een jongetje in de plaatselijke situatie. Het jongetje maakt grappige dingen mee, danwel vertelt over alledaagse leven van begin deze eeuw. Steeds wordt geprobeerd een onderwerp te vinden dat aansluit bij de plaatselijke geschiedenis. Zo vertelt het jongetje in de serie over Vroomshoop hoe er om hem heen turf wordt gewonnen over hoe de mensen leven, omzoomd door het wit van de boekweitvelden die je toen nog had. Het verhaaltje is uiteraard in het Twents. Het wordt door de juf of meester voorgelezen. Voor de ‘import-leerkrachten’ die de Twentse klanken niet uit hun mond kunnen krijgen, zijn er bandjes waarop het verhaal wordt voorgelezen. Vervolgens ontspinnen zich in de lessen allerlei opdrachten, die de kinderen aanschouwelijk kennis van het Twents bijbrengen. Bovendien kunnen leerlingen aan de praat raken over allerlei zijdelings onderwerpen die het verhaal voorkomen. 

De methode is hier en daar opgesierd met historisch materiaal, als oude krantenstukjes en zelfs een NS-dienstregeling van begin vorige eeuw. Daaruit valt te leren dat vanuit bijvoorbeeld Delden nog rechtstreeks een trein naar Amsterdam liep, en de rit vier uur duurde. 

Zo leren de leerlingen ook wat over de plaatselijke geschiedenis. Daarvoor zijn lokale deskundigen ingehuurd. Hetzelfde geldt voor de spelling en uitspraak van de lokale variaties in het Twents. Kraa: ‘In Vroomshoop zetten ze bijvoorbeeld vaak ‘chien’ achter een woord. Kannechien bijvoorbeeld. Dat doen ze in andere Twentse plaatsen weer niet, vandaar dat we dat lokaal aanpassen. Dat maakt de herkenbaarheid ook groter.’ 

Inmiddels ligt de lessenserie voor Noordoost Twente al bij de opmaker. Het is bedoeld voor plaatsen als Saasveld, Weerselo en Oldenzaal. Binnenkort is de presentatie. De versie voor Vroomshoop zal naar het zich laat aanzien ergens in oktober het levenslicht zien. Als Kraa eenmaal op zijn praatstoel zit, en dat zit hij eigenlijk altijd, dan rolt het ene pleidooi na het andere uit zijn mond voor het Twents. Hij wijst op dwarsverbanden, haalt onderzoeken aan en lardeert zijn verhaal met voorbeelden en anekdotes. De kern van de zaak is steeds dat het voor het dialect ‘vijf voor twaalf’ is en dat er nodig wat moet gebeuren. En dan kan je maar het best op de basisschool beginnen. ‘Tweetaligheid is enorm belangrijk voor kinderen. Het legt de basis voor het begrip van de hoofdtaal, het Nederlands. Uit onderzoeken blijkt dat als het dialect afkalft, dat dan ook de hoofdtaal in de problemen komt. Daarom is het zo belangrijk dat er vroeg aandacht aan wordt geschonken.’ 

‘Op de basisschool was dat enkele jaren geleden nog een afwezig item. Ik weet nog dat een onderwijzer in Bornerbroek er zelfs gewag van maakte dat hij, om de leerachterstand te bestrijden, als eerste het dialectspreken uitbande. Het aanleren van ABN is natuurlijk belangrijk, maar de leerlingen kregen zo wel het idee dat dialect spreken niet hoorde. Alsof het iets van een lagere orde was.’ ‘Ik heb ’t er met Dick Wessels, directeur van het bekende bouwconcern uit Rijssen, wel eens over gehad. Die zei aanvankelijk ook dat hij van zijn Twentse spreektrant alleen maar last had gehad. Maar al pratende bleek dat er toch ook grote voordelen aan kleefden. Dat hij zonder het Twents nooit de contacten had gelegd, die hem later groot zouden maken.’ ‘Die instelling bespeur ik ook nog vaak bij ouders. Ze zien het dialect vaak als iets grappigs. Zo van ‘goh leuk, ze doen ook wat aan dialect, meer in de folkloresfeer’. Maar het belang om wat met de taal te doen is veel groter. Onderzoekers van naam en faam onderstrepen het belang van tweetaligheid.’ 

‘Als ik die enthousiaste ouders vraag of ze thuis ook aandacht voor Twents is, dan blijkt dat vaak niet zo. Dan is er een zekere huivering om hun kinderen Twents te leren. Dat zit diep, en geheel onnodig, want Twents is veel belangrijker dan we denken. Het Twents, dat wil zeggen de basis daarvan, het Nedersaksisch heeft het grootste taalgebied van Europa. Als er al een Europese taal is, dan is het wel dit dialect. Wie plat praat kan er zich tot aan Münster mee verstaanbaar maken.’ Een niveau hoger proberen Kraa en de zijnen ook op de pabo’s aandacht te krijgen voor het Twents. Ze hebben op opleiding voor onderwijzers in Hengelo, Edith Stein, al eens een aantal lessen gegeven. 

‘Iedereen is daar enthousiast over. Na afloop krijgen we altijd de reactie: ‘Waarom horen we dat nu pas, waarom is daar geen aandacht voor?’. Die aandacht moet er dus echt komen. En het mooie is dat in de lessen de link wordt gelegd met de lokale geschiedenis. Ook dat is heel belangrijk. We hebben als Twentenaren de neiging de lokale geschiedenis enorm te verwaarlozen.’ ‘Terwijl in elke plaats, over elke gebied, prachtige verhalen te vertellen zijn die het huidige leven in een perspectief zetten en waardevolle informatie bieden.’ Waarna Kraa nog een mooie vergelijking opdiept: ‘Dialect moet je zien als de moedermelk voor de mens.’ 

‘Lange tijd is die echter aan de kant geschoven. De mensen wilden melk uit een pak dat ze kochten in de winkel. Maar eerst moet het Twents geleerd worden. Dat is de basis. Gelukkig is aan alles te merken dat de aandacht voor het dialect toeneemt. Als er bijvoorbeeld kerkdiensten in het dialect worden gehouden, dan stromen de kerken vol’. 

‘Uit onderzoek blijkt dat de jongeren overigens wel dialect leren, maar dan pas na de basisschool. Ze pikken het op van de voetbaltrainer of tijdens vakantiebaantjes. Maar dat is een hele gebrekkige manier van leren en bovendien onvolledig. Daarom richten we ons op de basisscholen. Daar moet het gebeuren.’ Om het belang van het Twents te onderstrepen en bovendien de aandacht voor het dialect nog eens flink aan te zwengelen is er op 21 november een symposium over deze zaak in het Drienerwoold.





 
Google
 
Web Deze website