Nedersaksisch

Artikel uit De Gelderlander van 18-10-2001

Gelderse impuls voor Nedersaksisch
Door EELCO VAN DEN HEUVEL

DOETINCHEM - Gelderland moet meer doen aan de promotie van het Nedersaksisch, vindt 'Europa'. 'We zijn druk bezig', klinkt het uit het provinciehuis.

De afronding van deel zeven is in zicht. Nog een deel of drie te gaan en de klus van dialectoloog Lex Schaars van het Staring Instituut in Doetinchem is geklaard. Het volledige Woorden Achterhoekse en Liemerse Dialecten woordenboek ziet dan het levenslicht. 

't Is geen boek waar je bij de p naar paard zoekt. "Het is een systematisch woordenboek", legt Schaars uit. "Het gaat per onderwerp, niet per letter." 

Weer een steun in de rug voor het Nedersaksisch, een verzamelnaam voor dialecten die ongeveer 1,8 miljoen mensen in Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en de Friese gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf spreken. In Gelderland wordt de taal gesproken in de Achterhoek en op de oostelijke Veluwe. 

De Europese Unie heeft het Nedersaksisch in het Europees Handvest voor Regionale en Minderheidstalen erkend als minderheidstaal. Het verdrag bepaalt dat het Nedersaksisch evenals Fries, Limburgs, Sinti, Roma en Jiddisch gepromoot en gesteund moet worden door de Nederlandse overheid. Een voorwaarde voor zo'n erkenning is dat de taal niet heeft bijgedragen aan de vorming van het standaard-Nederlands, met andere woorden: dat het een aparte taal is. 

Voor Nedersaksisch gaat die vlieger zeker op, aangezien de taal meer verwantschap vertoont met het Duits. Een ooievaar bijvoorbeeld is een stork (Duits: Storch). Ook het veelvuldig gebruik van het wederkerige 'zich' duidt op een Duitse invloed. 

De minderheidstalen in Nederland zijn weliswaar erkend, maar niet gelijkwaardig. Het Fries heeft als tweede rijkstaal een hogere status, zowel in het handvest als in de Nederlandse wetgeving. OfficiŽle stukken moeten in het Fries worden vertaald als iemand daar om vraagt. 

Voor de andere talen geldt dat niet. Het is aan de betreffende provincies om de taal te promoten en te beschermen. Die doen dat redelijk, constateerde een Europese commissie die controleerde of Nederland zich aan het handvest voor minderheidstalen houdt. 

Behalve Gelderland. 'Nedersaksischsprekenden krijgen in Gelderland niet dezelfde erkenning als in de andere provincies en ze hebben niet dezelfde subsidiemogelijkheden', constateerde de commissie in haar rapport. 

De kritiek klopt tot op zeker hoogte, maar is ook verklaarbaar, legt beleidsmedewerker cultuur Jan Vedder van de provincie uit. "Gelderland zit in een andere positie als de ander provincies", zegt hij. "Wij zijn een grensprovincie voor het Nedersaksisch. In Gelderland komen dialecten uit West-, Zuid- en Oost-Nederland samen. Het is dus wel te verdedigen dat die taal minder aandacht krijgt." 

Tot nu toe subsidieerde de provincie de totstandkoming van het eerdergenoemde woordenboek met 9400 gulden per jaar. Maar de steun is uitgebreid. "We hebben gezegd: de taal is een onderdeel van ons erfgoed", zegt Vedder. Daarom krijgt het Staringinstituut per jaar 42.500 gulden voor de aanstelling van een parttime 'streektaalfunctionaris'. Die moet het Nedersaksisch een impuls geven door het bijvoorbeeld op scholen te gaan promoten. Het onderwijs en de ouders moet af van de vrees dat het leren van een dialect automatisch betekent dat je geen normaal Nederlands woord meer uit je strot krijgt, vindt dialectoloog Schaars van het Staringinstituut. "Het is niet of of, maar en en. Het leren van een dialect kan een goede hulp zijn bij het leren van een vreemde taal." 

Het Staringinstituut ijvert voor een gelijkschakeling van het Nedersaksisch met het Fries. De huidige erkenning als minderheidstaal is goed, maar het kan altijd beter, vindt Schaars. 

"De erkenning tot nu toe heeft een psychologisch effect gehad, in die zin dat is ingezien dat de taal waardevol is. Daardoor raakt zo'n taal ook af van het stigma van domme taal. Het is altijd goed om er meer belangstelling voor te kweken." Dat gaat niet zonder slag of stoot. De overheid zit niet op nůg een officiŽle rijkstaal te wachten. 

Het Staringinstituut vindt ook dat Omroep Gelderland in haar Achterhoek-editie meer Nedersaksisch op de radio moet brengen. "De regionale omroep negeert het dialect, terwijl die wel wordt gefinancierd via de omroepbijdrage. We zijn met een groot aantal groeperingen bezig om de omroep op de knieŽn te krijgen", zegt Stef Grit, directeur van het Staringinstituut. Hij vindt ook dat de provincie Omroep Gelderland erop moet aanspreken. 

Hoofdredacteur Jos Campman van Omroep Gelderland toonde zich onlangs in het Gelders Dagblad 'pissig' over de kritiek. Hij gaf toe dat er weinig dialect wordt gesproken, maar zei dat de Achterhoekse cultuur uitgebreid aan bod komt op de zender. 

Volgens beleidsmedewerker Vedder voelt de provincie er weinig voor de omroep te dwingen tot meer Achterhoek. "De overheid is terecht huiverig om daar wat van te zeggen. We hebben daar een programmaraad voor. Als de provincie zoiets gaat doen, begeeft ze zich op een hellend vlak."





 
Google
 
Web Deze website