Nedersaksisch

Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 25-11-1999

Eerste deel streektaalproject Overijssel afgerond; Hoes, huus, uus
Door Gerard Vaanholt

Honderden mensen zijn er mee bezig. In Overijssel en een stukje Duitsland. Het Grensoverschrijdend Streektaalproject. Komende week worden de resultaten van de eerste fase gepresenteerd. Met alles wat het dialect te bieden heeft om het huis en wat daarbij hoort te benoemen. Eerste hoofdstuk van wat het ultieme Oost-Nederlands streektaalwoordenboek moet worden. In zes afleveringen. 

Variatie, de verschillen van plaats tot plaats. Het is het meest in het oogspringend kenmerk van een dialect. Daar kan de standaardtaal nooit aan tippen. Maar aan de soortenrijkdom aan woorden in de streektaal wordt geknabbeld. De wereld rukt op, dialecten dreigen hun typische kenmerken te verliezen. Hoog tijd dus om schriftelijk vast te leggen wat nog bekend is. En dat is exact wat het Grensoverschrijdend Streektaalproject beoogt. Gelderland kende al zijn WALD, de Woordenboeken van de Achterhoekse en Liemerse dialecten. Overijssel was nog een witte vlek. Maar dat gaat veranderen. 

Enkele honderden informanten, verenigd in veertig groepen en verspreid over Overijssel (en inmiddels ook het aangrenzende Duitse gebied), zijn al anderhalf jaar bezig op te tekenen welke woorden in hun streek gebruikt worden voor allerhande begrippen en attributen. Samengevoegd moet zo een (s)taalkaart ontstaan van de complete woordenrijkdom van de Overijsselse dialecten. De ingrediënten van een woordenboek dat in zes thematische afleveringen zal verschijnen. Het eerste deel - over het huis - is in april te verwachten. 

Dr. Harrie Scholtmeijer is de coördinator van het GOS-project. Hij heeft de voorbeelden paraat van hoe het met de ontwikkeling van de taal gaat en is gegaan. Bij de presentatie komende maandag zal hij dat uiteenzetten aan de hand van het begrip `huis`, het onderwerp van de eerste fase van dit taalonderzoek. Een uitzetting die duidelijk maakt dat taalontwikkeling nauw samenhangt met maatschappelijke ontwikkelingen in het verleden. 

De Overijssel dialecten kennen drie vormen van het Nederlandse `huis`: hoes, huus en uus. Scholtmeijer: `Je zou kunnen zeggen: vertel me hoe je het woord huis in je dialect uitspreekt en ik zeg uit welk deel van Overijssel je komt`. De oudste vorm is hoes. Die wordt vooral in Twente gesproken. Huus is een vernieuwing die in de zestiende en zeventiende eeuw vanuit Holland opdrong, maar alleen in West-Overijssel is aangeslagen. Nog weer later is in een deel van het huus-gebied door Franse invloeden de `h` weggelaten. `Stadse fratsen` noemt Scholtmeier dat, want het leek chique, zo`n Franse uitspraak. 

De taalverschillen ontstonden dus doordat de ene bevolkingsgroep een vernieuwing overnam en de andere niet. `In de geschiedenis van het woord huis zijn de Twentenaren altijd het meest conservatief geweest`, constateert Scholtmeijer. `Hoe verder je naar het westen kwam des te meer stond men open voor vernieuwingen. Soms kwam dat gewoon omdat de vernieuwing uit het westen kwam.` 

Wie de scheidslijn tussen hoes en huus op de religieuze kaart van Overijssel legt, ziet dat hoes-sprekers vooral van oudsher katholiek zijn en de huus-spekers protestant. Dat verklaart volgens de GOS-coördinator de overname van het Hollandse -uu- in de zestiende en zeventiende eeuw. De Hollanders kwamen in opstand tegen Spanje en de westelijke bewoners van Overijssel lieten ook in de taal blijken aan hun kant te staan. De katholieke Twentenaren hadden daar geen boodschap aan en lieten alles bij het oude: de godsdienst en de taal. 

Tegenwoordig ontstaan geen dialectverschillen meer door overname van vernieuwingen. Het gaat nu wat drastischer. Het Engels pakt in een keer heel Nederland beet. Scholtmeijer heeft een fraai voorbeeld bij de hand van het verschil in de taalprocessen vroeger en nu. Aan de hand van twee alledaagse gebruiksvoorwerpen, de pomp en de magnetron. Eerder dit jaar is aan de GOS-informanten gevraagd hoe de zwengel van de pomp heet. De oogst was rijk en varieerde van slage en sleiger tot slinger en zwengel. Voor magnetron bestond maar één benaming: magnetron. Een zo blijkt het in veel gevallen te gaan: van veel benamingen naar één. `Als je het verschil ziet, slaat je wel eens de schrik om het hart`, erkent Scholtmeijer. 

De eerste resultaten van het Grensoverschrijdend Streektaalonderzoek worden maandag 29 november aangeboden aan Overijssels gedeputeerde Kristen tijdens een bijeenkomst in de Bowlingboerderij in Nijverdal. Dan zal ook het eerste nummer gepresenteerd worden van het Overijsselse dialecttijdschrift Verdan, dat helemaal in het teken staat van hoes/huus. Het eerder dit jaar verspreide nul-nummer van dit op niet-commerciële basis gemaakt, glossy tijdschrift kreeg een zodanig warm onthaal dat de initiatiefnemers - Schrieversbond Oaveriessel, Van Deinse Instituut, Overijsselse Bibliotheek Dienst en IJsselakademie - besloten tot een half-jaarlijkse uitgave. Het blad kostƒ9,90.





 
Google
 
Web Deze website