Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 13-07-2001
Zesde deel WALD-woordenboek ziet levenslicht
WINTERSWIJK - Gedeputeerde J. Esmeijer kwam er voor over uit Arnhem, cabaretier en dialectkenner en -gebruiker ‘Hulzer Willem’ uit Winterswijk. En natuurlijk een heleboel andere belangrijke mensen. Het Staring Instituut presenteerde gistermiddag het zesde deel van de serie WALD-woordenboeken. En daar wilde iedereen bij zijn.
Vijf jaar heeft het geduurd, langer dan bij voorgaande uitgaven. Maar daar treurde gistermiddag niemand in Langerak, een kleine kern bij Doetinchem, om. Er is een nieuw deel in de reeks van negen en dat telt.
De boekenreeks WALD (Woordenboek van Achterhoekse en Liemerse Dialecten) is een uitgave van het Staring Instituut, dat zich op velerlei terreinen inspant om’het streekeigene’ voor het nageslacht te bewaren. Medewerker dr. Lex Schaars stelde het woordenboek samen. Kenmerk van de boeken is dat ze steeds zijn gewijd aan een bepaald thema. In deel 6 gaat het over bewegingen en houdingen van mensen. Dus woorden als vallen, zitten, knikken, en slaan komen aan bod.
In zekere zin gaat de boekenreeks het begrip ‘woordenboek’ te boven. De thematische benadering per boek duidt dat daar al op. Bovendien worden de woorden veel meer uitgediept dan in reguliere woordenboeken.
Schaars: ‘De verschillende woorden voor ‘zich voortbewegen’ staan in gewone woordenboeken bij verschillende letters: rennen bij de R, sukkelen bij de S. Bij het WALD gaan we uit van een logische samenhang.’ De werkwijze levert veel cultureel en/of historisch interessante informatie op.
De bijdragen aan aan de boeken komen van zo’n 250 medewerkers in de Achterhoek en Liemers, maar ook daarbuiten (onder meer het aangrenzende deel van Duitsland). Hen wordt gevraagd hoe zij bepaalde Nederlandse woorden of zegswijzen in hun dialect omzetten.
De pauzes tussen de verschijningsdata van de delen zijn in de loop der jaren groter geworden. Deel 1, ’De mens en zien huus’, werd uitgebracht in 1984. Alle woorden in dat boek hebben te maken met woningen en interieur. Deel 2, ‘De mens en de weerld-A’ (1987), ging over het weer, over grondsoorten en watergangen; deel 3, ‘De mens en de weerld-B’ (1989) behandelde planten- en dierennamen, deel 4, ‘De mens-A (1993)’, had lichaamsdelen, ziekten, slaap en seksualiteit tot onderwerp, deel 5, ‘De mens-B (1996)’, ging over eten, drinken en kleding. Het jongste deel heet ‘De mens-C’.
Volgens Schaars is de uitloop in dit geval vooral te wijten aan de moeilijkheid van het thema. Het kostte meer tijd om de gegevens op een rijtje te krijgen. Een klein voorbeeld aan de hand van het woord ‘bukken’. Dat leverde (behalve gewoon ‘bukken’) de woorden ‘zich bokken’, ‘zich bugen’ en ‘zich beugen’ op. Het woordenboek laat zien dat ‘(zich) bokken’ vroeger in heel Nederland werd gebezigd, zoals door de 17e-eeuwse dichter Roemer Visscher.
Nu komt er nog een aflevering ‘De mens-D’, dat over karaktereigenschappen gaat. Daarna komen nog twee boeken over het gezins- en gemeenschapsleven en de mens en zijn werk.