Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 09-03-2001
Twentse vertaling Oude Testament verschijnt in april
door Gerald Vaanholt
Na de streektaalversie van het Nieuwe Testament krijgt Twente ook een dialect_- vertaling van het Oude Testament. Komende maand verschijnt het eerste deel. Een hele klus voor vertaler Anne van der Meiden en zijn begeleidingsgroep. Vanaf het eerste woord. Want de oude teksten zijn rechtstreeks vanuit het Hebreeuws omgezet in het Twents.
In den beginne..’ zo begint in het Nederlands het Oude Testament. En daarmee begon meteen het eerste probleem voor Anne van der Meiden en zijn vertaaladviseurs. Want hoe zet je de belangrijke aanzet van het boek der boeken om in mooi, krachtig Twents en doe je tegelijkertijd recht aan de lading die die tekst in zich bergt?
‘Eertieds’ leek de Twentse bijbelvertalers aanvankelijk een aardig synoniem. Maar de suggestie werd even snel terzijde geschoven als ze bedacht was. ‘Eertieds kon bij nader inzien helemaal niet’, zegt Anne van der Meiden, ‘want er was geen tijd voor dat begin. We moesten dus wat anders bedenken.’ Het verzoek om inspiratie hielp. ‘Veurtieds’ werd het. Een zelf gevormd woord, maar zo Twents als een woord maar zijn kan. Van der Meiden is verrukt over de vondst. ‘Het is een schitterend dialectwoord dat exact de lading dekt. Een prachtig bewijs hoe mooi en authentiek je iets in de Twentse taal kunt weergeven.’
De Twentse versie van Genesis loopt vanaf dat ‘veurtieds’ alsof het verhaal altijd al in die taal verteld is:
‘Veurtieds begun God met ’t scheppen van de loch en ’t laand. ’t Laand was nog leuge weuste en doonkerte lea oawer ’n depen ofgroond. En God zienen Geest bleus oawer ’t water hen.
Too zea God: ‘Der mot lecht wean!’ En kiek, doar ha-j ’t lecht! En God wörden gewaar dat ’t lecht good was. En God deu lecht en duuster oet mekaar. ’t Lecht neumden God ‘dag’ en ’t duuster neumden Hee ‘nacht’. Too wörden ’t oavend en ’ t wörden morgen. Dag één.’
Zo soepel als deze tekst vanaf het papier leest, zo vanzelfsprekend heeft volgens Van der Meiden de vertaling niet haar vorm gekregen. Het was een langdurig proces van interpretaties en afwegingen. Net als eerder bij het Nieuwe Testament koos de hij voor een rechtstreekse vertaling uit de grondtaal. Was dat bij het Nieuwe
Testament nog het wat vertrouwdere Grieks, het oorspronkelijke Oude Testament is in het Hebreeuws geschreven. En dan wordt de spoeling aan kenners dun. Van der Meiden beheerst die taal zelf, hij leerde ze in zijn jeugd op het Enschedese lyceum. Maar zijn begeleidingsgroep moest noodgedwongen wel van samenstelling veranderen. En het Oude Testament is al zo lang geleden en in zo verschillende periodes geschreven dat elk bijbelboek weer een andere variant van het Hebreeuws kent. ‘Ons grootste probleem’, constateert Van der Meiden, ‘is om vast te stellen: wat staat er nu feitelijk? Bij Genesis is het niet zo moeilijk. Dat is in mooi Hebreeuws geschreven. Maar Samuel bijvoorbeeld is heel slordig neergezet. Veel zinnen in dat boek zijn niet afgemaakt. Als vertaler moet je dan gaan interpreteren wat er bedoeld kan zijn. Met begrippen als zonde, gerechtigheid en oordeel heb je ook zoiets. Die hadden indertijd een heel andere lading dan wij er na eeuwen aan gegeven hebben. Van ‘zonden’ hebben wij ‘misstappen’ gemaakt, zoals het Engels ‘ trespasses’ heeft en zondaar noemen we iemand ‘den Um teagensteet’.
Andere moeilijkheid is dat we meer dan twee jaar met die Hebreeuwse teksten bezig zijn. Al studerend en schrijvend hebben we steeds meer geleerd en die kennis wil je weer toepassen op wat je in het begin gemaakt hebt. Bovendien moeten we er voor waken van de vertaling een taalmuseum te maken. We willen recht doen aan de boodschap en moeten dus zoeken naar wat de mensen kunnen begrijpen.
Over de vertalingen die klaar zijn kunnen we nu zeggen: naar eer en geweten is dit wat er volgens ons staat.’
Iets van de worsteling die de vertalers met de begrippen hebben gehad, is in de bijbelvertaling terug te vinden. In voetnoten reikt Van der Meiden de lezer de alternatieven aan, die de vertalers ook aanvaardbaar achten, maar die in de afweging de basistekst niet gehaald hebben.
In het eerste deel van het Twentse Oude Testament komen de omzettingen van Genesis, een deel van Exodus, Samuel, Ruth, Jona, Esther en Prediker. ‘Al ’n heanig deel’, erkent Van der Meiden. De complete vertaling van het Oude Testament zal uitkomen op vijf Twentse delen. De Nijverdalse hoogleraar en predikant vermoedt dat hij de voltooiing daarvan niet meer zal meemaken. Maar hij hoopt op vaardige opvolgers die tegen die tijd de klus kunnen overnemen. ‘Het is tijdrovend werk’, zegt hij, ‘maar uitermate boeiend’.
De verzuchting van Prediker gaat wat hem betreft voor het vertaalwerk niet op. ‘Weend, aans niks as weend, zeg ’n Preadiker, ’t is almoal weend en dat is ’t. ’n Means kleait der wat of oonder de zun en wat wordt hee der better van?’
Het eerste deel van de vertaling van het oudetestament in het Twents verschijnt vrijdag 6 april. De officiële presentatie vindt om 16 uur plaats in de kerk van Bornerbroek. Daaraan voorafgaand is er in zaal Hoitink een symposium over het thema ‘Sacraliteit en de bijbelvertaling in de streektaal’. Een geleerd en ernstig onderwerp. Hoewel, bij alle ernst van een bijbelvertaling blijft er altijd ruimte voor een kwinkslag. Van der Meiden: ‘Geen enkele hedendaagse bijbelvertaler ontkomt aan de confrontatie met de vrouwengroep binnen het Nederlands Bijbel Genootschap die het voorstellen van God als mannelijk persoon ter discussie stelt. HIJ en HEM mogen dus niet. Behalve in het Twents, zo heb ik hun duidelijk gemaakt. Want Twentenaren hebben het ook over ‘hee’ als ze vrouwen willen aanduiden.
Op de onlangs gehouden dag voor de vaderlandse bijbelvertalers heeft menige collega ons zeer jaloers aangekeken.’